De hier bedoelde hulpmiddelen zijn:
Oorstukjes bij het verstrekken van hoortoestellen of maskeerders.
Oorstukjes worden gemaakt door van een snelhardende kunststofpasta, een afdruk van de gehoorgang te maken.
Daarvan wordt een gietmal gemaakt, waarin het definitieve oorstukje wordt gegoten.
In het oorstukje wordt een geluidskanaaltje aangebracht, waardoor het door het hoortoestel versterkte geluid naar het trommelvlies wordt geleid.
Tevens wordt vaak een klein luchtkanaaltje aangebracht om het trommelvlies te "beluchten" en vacuüm in de gehoorgang te voorkomen (dan werkt het trommelvlies niet meer).
Het is belangrijk dat het oorstukje goed past: er mag geen "geluidslek" optreden, maar het mag ook niet zo strak zitten dat de gehoorgang geïrriteerd wordt.
Het bekende "fluiten" van een hoortoestel ontstaat doordat het toestel zijn eigen versterkte geluid opvangt en opnieuw versterkt.
Deze hulpmiddelen kunnen verstrekt worden bij de volgende indicatie(s):
Het gebruik van een hoortoestel of maskeerder is noodzakelijk.
Eigen bijdrage:
Geen
Hoe vaak kan een aanvraag worden ingediend:
Een oorstukje dat is verstrekt aan een verzekerde van 16 jaren of ouder kan niet eerder vervangen worden dan dertig maanden na de verstrekking en een oorstukje dat is verstrekt aan verzekerde jonger dan 16 jaren niet eerder vervangen wordt dan twaalf maanden na de verstrekking. Wanneer het oorstukje niet meer adequaat is, bv. gebroken of niet meer passend, dan komt vervanging hiervan binnen termijn wel ten laste van de verzekeraar.