menu top
home
advies hulpmiddelen
consumenten
gemeenten
hulpmiddelen
ntrac
opleidingen
regelgeving
wievergoed
zorginstellingen
zorgkantoren
zorgverzekeraars
linken
contact

C.P.A.P

Kies een hulpmiddel > Overige > C.P.A.P

De hier bedoelde hulpmiddelen zijn:

  • CPAP
  • BPAP
  • AUTO-CPAP

CPAP-apparatuur is bestemd voor verzekerden met het obstructief slaap-apneu syndroom (OSAS). Deze aandoening wordt veroorzaakt door anatomische afwijkingen rond de hogere luchtwegen en kenmerkt zich door adempauzes tijdens de slaap.

CPAP-apparatuur: technische aspecten

Een CPAP-apparaat bestaat uit een luchtcompressor die een luchtstroom produceert met een bepaalde snelheid en volume. Een servo-regelsysteem houdt elektronisch deze inspiratiestroom en –druk op constante waarde. De druk in het inademingscircuit kan op een bepaalde waarde worden ingesteld, het servo-regelsysteem compenseert eventueel drukverlies (b.v. bij lekkend masker), zodat drukschommelingen worden voorkomen. Via een slangensysteem wordt de luchtstroom naar het neusmasker geleid. De uitademing vindt plaats via een apart circuit; het servo regelsysteem houdt de hoogte van de tegendruk in het systeem constant.
Een Bi-level Positive Airway Pressure, BPAP of BiPAP® apparaat heeft apart instelbare drukniveaus voor inademing en uitademing. De druk tijdens uitademing kan zo veel lager worden afgesteld dat de inademingsdruk. Dit vermindert de ademarbeid; de patiënt hoeft niet tegen een hoge weerstand uit te ademen. De kans op drukafhankelijke bijwerkingen (maskerlekkage en middenoorontstekingen) worden hiermee verminderd.
De inademingsdruk stelt zichzelf automatisch in als het apparaat een inademing van de patiënt registreert (een lichte drukdaling triggert de flow en daarmee de ingestelde druk in het systeem). Als de patiënt uitademt, daalt de druk in het systeem tot de ingestelde (lagere) uitademingsdruk.

BPAP verdient de voorkeur als een hoge inademingsdruk (>12 à 15 cm water) nodig is, bij patiënten met OSAS en bijkomende COPD (chronisch obstructieve longaandoeningen) of gestoorde (ademhalings)spierfunctie (zie onder 9; en verstrekkingsindicatie).

Auto-CPAP
De factoren die de hogere luchtweg weerstand beïnvloeden, zoals neusdoorgankelijkheid, slaaphouding en de mate van gebruik van spierontspannende middelen (alcohol, sedativa) variëren van nacht tot nacht en ook binnen één nacht. Hiermee varieert ook de hoogte van de benodigde CPAP-druk om de luchtweg open te houden.

Er zijn thans apparaten op de markt die rekening houden met die drukverschillen door het geleverde drukniveau op elk moment aan de behoefte aan te passen. Ze zijn voorzien van een "intelligent" systeem van sensoren die de druk en de luchtstroom in de luchtweg meten. Op grond van die waarden maakt het apparaat een schatting van de mate waarin de hogere luchtweg open is en past de geleverde CPAP druk daarop aan.

Deze hulpmiddelen kunnen verstrekt worden bij de volgende indicatie(s):

  1. Er is sprake van een klinisch relevant obstructief slaap-apneu syndroom. Dit is het geval als sprake is van hinderlijke klachten overdag die potentieel toe te schrijven zijn aan het obstructief slaap-apneu syndroom (OSAS). Voorbeelden hiervan zijn vergrote slaperigheid en moeheid overdag, concentratiestoornissen, stemmingsstoornissen en verhoogde prikkelbaarheid. Bovendien moet de diagnose OSAS bij polysomnografisch onderzoek zijn bevestigd. Dit is het geval als er sprake is van een apneu-hypopneu index (AHI) groter of gelijk aan 15, of een apneu-index (AI) groter dan 10, of een respiratoire arousal index (RAI) groter dan 10. Bij hoge pretest waarschijnlijkheid op OSAS is polygrafie voldoende. De polygrafie dient dan minimaal te bestaan uit meting van het ademhalingspatroon, zuurstofsaturatie, snurkgeluid en slaaphouding.
  2. Aanspraak op CPAP-apparatuur met verlaagde expiratiedruk bestaat indien er sprake is van OSAS en voor de behandeling van de verzekerde CPAP met een druk van meer dan 15 cm H2 0 noodzakelijk is, maar door de verzekerde niet goed wordt verdragen.
  3. Conservatieve maatregelen zijn of worden nagestreefd. Het gaat hierbij met name om gewichtsreductie, neusdoorgankelijkheid-verbeterende maatregelen en verbetering van de slaaphygiëne (onder meer het vermijden van het gebruik van tabak of alcohol voor de nachtslaap en het vermijden van slapen in rugligging)
  4. Er moet sprake zijn van een succesvolle proefaanpassing. Dat wil zeggen dat een afdoende verbetering van de polysomnografische en klinische afwijkingen tijdens CPAP-behandelingen is geconstateerd en dat sprake is van acceptatie van de CPAP-behandeling door de patiënt.

Aanvraag procedure:

Voor elk hulpmiddel die door de zorgverzekeraar wordt verstrekt, hebt u een voorachrift van uw arts nodig en soms ook voorafgaande toestemming van de zorgverzekeraar. Laat u daarom bij twijfel, vooraf goed informeren. Uw zorgverzekeraar moet een verzekeringsreglement hebben, waarin staat hoe de verstrekking van hulpmiddelen geregeld is. Vraag zonodig naar dit reglement bij uw zorgverzekeraar.

Voor de verstrekking van CPAP, BPAP en AUTO-CPAP apparatuur is veelal geen voorafgaande toestemming van uw zorgverzekring noodzakelijk. De specialist geeft een voorschrift af. Met dit voorschrift gaat u naar de leverancier. Dit voorschrift dient te worden vergezeld van een kopie van het slaaponderzoek. De leverancier kan het hulpmiddel leveren nadat hij het voorschrift in ontvangst heeft genomen.

Veelal wordt dit hulpmiddel in bruikleen verstrekt. (zie reglement).