De hier bedoelde hulpmiddelen zijn:
Apparatuur voor het zelf afnemen van bloed. De bijbehorende lancetten
Deze hulpmiddelen kunnen verstrekt worden bij de volgende indicatie(s):
Op medisch advies kan van deze maxima worden afgeweken.
Eigen bijdrage:
Geen; tenzij uw polisvoorwaarden anders vermelden.
Hoe vaak kan een aanvraag worden ingediend:
Dit is niet wettelijk bepaald.
Extra informatie
We kunnen diabetes indelen in twee typen.
niet insuline afhankelijke diabetes mellitus (niddm)
insuline afhankelijke diabetes mellitus (iddm)
Een oudere indeling was in 'type 1' (ook wel juveniele diabetes genoemd, direct bij ontstaan insuline afhankelijk) en 'type 2' (ook wel ouderdomsdiabetes genoemd, niet insuline afhankelijk).
Insuline-afhankelijke diabetes wordt veroorzaakt doordat de eilandjes van Langerhans in de alvleesklier absoluut geen insuline meer kunnen maken. Vroeger heette deze vorm van diabetes ook wel jeugddiabetes, omdat de aandoening zich meestal op jeugdige leeftijd openbaart. De aandoening ontstaat doordat het eigen afweerapparaat de beta-cellen, die insuline produceren, vernietigen.
De diagnose wordt meestal gesteld naar aanleiding van klachten als dorst en veel plassen, jeuk en gewichtsverlies. Het bloedglucosegehalte is veel te hoog en soms zijn er ketonen in de urine. In ernstige gevallen kan verzuring van het bloed, en uiteindelijk coma optreden. Dit type diabetes komt voor bij ongeveer zes op de duizend mensen, dat is 0,6% van de Nederlandse bevolking.
Mensen met type 1 diabetes moeten insuline spuiten. Het plotselinge tekort aan insuline moet immers opgevangen worden, omdat het lichaam zelf het niet meer maakt. Insuline moet altijd worden toegediend per injectie. Het is de enige manier waarop het kan werken. De moderne behandeling omvat of het tweemaal per dag toedienen van een mengsel van kort- en middellang werkende insuline, of een schema waarbij 4-maal per dag, te weten voor iedere maaltijd en voor het slapen gaan, insuline wordt toegediend. Bij inspanning, stress en dergelijke zijn aanpassingen van de hoeveelheden toe te dienen insuline nodig.
Indien sprake is van niet insuline afhankelijke diabetes, maakt het lichaam wel insuline aan, maar de glucose kan toch niet in de cel worden opgenomen. Ook al maken de eilandjes van Langerhans voldoende insuline, de lichaamscellen zijn minder gevoelig voor insuline. Daardoor kan de glucose de cel niet voldoende of snel genoeg in. Men spreekt dan van insuline-resistentie. Dit betekent 'weerstand tegen insuline'. Daarnaast maakt de lever extra glucose aan, ook al is de bloedsuikerspiegel reeds verhoogd. Deze spiegel zal daardoor nog verder stijgen.
Deze vorm van diabetes komt vooral voor bij mensen die veel te zwaar zijn; 85% van de mensen met type 2 diabetes heeft overgewicht. 15% heeft bij vaststellen van de aandoening echter een normaal gewicht. Deze vorm van diabetes openbaart zich meestal pas op oudere leeftijd, gewoonlijk boven de 40 jaar. Echter, door onze veranderde leef- en eetgewoonten, en het feit dat we steeds dikker worden, ontstaat type 2 diabetes op steeds jongere leeftijd, soms zelfs vóór het 20e levensjaar.
De klachten en verschijnselen van type 2 diabetes zijn dezelfde als die van type 1. De klachten treden echter alleen veel geleidelijker op, omdat de werkzame hoeveelheid insuline in het lichaam veel langzamer afneemt dan bij type 1 diabetes. Vaak wordt de diabetes bij toeval ontdekt, bijvoorbeeld bij bloed- of urineonderzoek voor een keuring. Type 2 diabetes komt voor bij dertig tot veertig op de duizend mensen, dat is 3 - 4 % van de Nederlandse bevolking.
Het lichaam heeft voor alle processen energie nodig; deze energie kan onder andere worden geleverd door suiker (glucose).
Het gehalte van suiker in bloed, lichaamsvloeistoffen en cellen wordt geregeld door insuline, dat wordt geproduceerd door de bètacellen in de 'eilandjes van Langerhans' in de alvleesklier (pancreas).
Suikerziekte of diabetes mellitus ontstaat doordat de bètacellen onvoldoende of geen insuline produceren en de suiker in het bloed niet verwerkt kan worden.
Hierdoor stijgt het suikergehalte in het bloed en wordt de 'overtollige' suiker via de nieren uit het lichaam verwijderd; de voornaamste klachten hierbij zijn veel dorst, veel plassen, afvallen en vermoeidheid.
De oorzaak van deze afname van insulineproductie is nog niet bekend.
Factoren die hierop invloed uitoefenen zijn onder andere leeftijd en overgewicht.
Bij overgewicht wordt de toch al afgenomen insulineproductie verdeeld over een extra groot lichaamsvolume, waarbij komt dat insuline in vetweefsel niet bijdraagt aan de suikerstofwisseling.
Het gevolg van een afnemende insulineproductie is een verhoogd suikergehalte in het bloed: hyperglycaemie.
Dit zorgt op den duur voor veel schade, vooral door een toename van arteriosclerose van de kleine bloedvaten.
Dit kan leiden tot schade aan ogen, nieren en zenuwstelsel.
Een afnemende insulineproductie kan in het begin worden gestimuleerd met behulp van tabletten; als de insulineproductie (bijna) is gestopt moet insuline worden toegediend: dit moet altijd per injectie.
Bij de indeling van suikerziekte wordt onderscheid gemaakt in:
Bij een afnemende insulineproductie zijn de opeenvolgende behandelingsstappen:
leefregels en dieetmaatregelen, waaronder afvallen bij overgewicht
tabletten om de insulineproductie te stimuleren (met dieetmaatregelen en streven naar een normaal gewicht!)
insuline per injectie (een- tot meermalen per dag, kortwerkend, langwerkend of combinatie hiervan)
insulinepomp (als voor een goede bloedsuikerregeling vele doses insuline per dag nodig zijn)
Voor controle van de behandeling is de hoogte van het bloedsuikergehalte de belangrijkste maat.
Dit bloedsuikergehalte moet bij gebruik van insuline wel regelmatig gecontroleerd worden en om te voorkomen dat de patiënt hiertoe voortdurend naar het ziekenhuis moet kunnen testmaterialen beschikbaar worden gesteld:
bloedsuikermeter, teststrips, prikapparaat en lancetten.
De zorgverzekeraar bepaald voor welke apparatuur, merk, en hoeveelheid u in aanmerking komt. Dit staat vermeldt in het Reglement hulpmiddelen van uw zorgverzekeraar.
Symptomen van diabetes
Veel voorkomende klachten en verschijnselen bij diabetes zijn:
- Sufheid, moeheid
- Veel plassen
- Hevige dorst
- Hongergevoel
- Huidinfecties, zoals steenpuisten
- Wondjes die niet of maar langzaam helen
- Jeuk
- Wazig zien
Mensen met type 2 diabetes kunnen soms volstaan met het volgen van het voedingsadvies. Voor mensen die te zwaar zijn geldt als allerbelangrijkste motto: AFVALLEN. Vaak zijn echter tabletten, of in een later stadium insuline noodzakelijk, om de diabetes goed in te stellen.